ECLI:NL:CRVB:2019:1093
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor beheer persoonsgebonden budget
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor de kosten van beheer van haar persoonsgebonden budget (pgb) door een bewindvoerder. Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem wees deze aanvraag af omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat de kosten noodzakelijk waren volgens artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet (PW).
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat bijzondere bijstand voor beheerskosten alleen kan worden toegekend als de betrokkene daadwerkelijk was aangewezen op zorg in de vorm van een pgb en niet kon kiezen voor zorg in natura (ZIN). Appellante had onvoldoende bewijs geleverd dat zij in 2015 niet kon overstappen naar zorg in natura.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. Hoewel appellante stelde dat zij door jarenlange zorgverlening aan ZorgPlus gebonden was aan zorg via een pgb, kon niet worden vastgesteld dat er geen mogelijkheid was voor zorg in natura bij een andere zorgverlener. De kosten van het beheer van het pgb worden daarom niet als noodzakelijke kosten aangemerkt en de afwijzing blijft in stand.
De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor beheerskosten van het pgb wordt bevestigd.