ECLI:NL:CRVB:2018:892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van toekenning LFNP-functie Docent B ondanks bezwaar appellant
Appellant maakte bezwaar tegen de toekenning en overgang naar de LFNP-functie van Docent B, met als argument dat de matching niet volgens de voorgeschreven volgorde was uitgevoerd en dat zijn functie onterecht niet in het domein Uitvoering was geplaatst.
De Raad overwoog dat de korpsfunctie van appellant primair gericht is op kennisoverdracht en ondersteuning, wat de keuze voor het domein Ondersteuning rechtvaardigt. De Raad verwierp het betoog dat de matching onhoudbaar was en wees op eerdere jurisprudentie die de toegepaste methodiek bevestigt.
Verder wees de Raad het beroep op de hardheidsclausule af, omdat appellant geen negatieve financiële gevolgen ondervindt door de toekenning van de LFNP-functie. De latere plaatsing van appellant in een nieuw gecreëerde functie met OVW-toelage betekent geen erkenning van een onjuiste eerdere matching.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van de LFNP-functie Docent B bevestigd.