ECLI:NL:CRVB:2018:770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging maatregel verlaging bijstand wegens ontbreken concrete criteria in verordening
Appellanten hadden een onderneming in een boerderijpand dat zij in februari 2014 verkochten. Zij vroegen bijstand aan op grond van de WWB, die vanaf 21 juli 2014 werd toegekend. Het college van burgemeester en wethouders van Hellendoorn legde een maatregel op waarbij de bijstand met 100% werd verlaagd gedurende tien tot elf maanden en daarna met 20% gedurende zes tot acht maanden, wegens een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid omdat appellanten te snel op hun vermogen hadden ingeteerd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit omdat het college onvoldoende had onderzocht of appellanten hun schulden gespreid konden aflossen. Het college nam een nieuw besluit met een aangepaste motivering, maar appellanten bleven bezwaar maken tegen de hoogte en duur van de maatregel.
De Raad oordeelt dat de gemeentelijke verordening geen concrete criteria bevat voor het vaststellen van de hoogte en duur van de maatregel en dat het college dit niet heeft onderbouwd. Hierdoor ontbreekt de wettelijke grondslag voor de maatregel. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit, herroept het eerdere besluit en verklaart het beroep tegen het nieuwe besluit gegrond. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De maatregel verlaging bijstand wordt vernietigd wegens het ontbreken van concrete criteria in de verordening.