ECLI:NL:CRVB:2018:663
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten eigen bijdrage rechtsbijstand vanwege late aanvraag
Appellant heeft een toevoeging aangevraagd bij de Raad voor Rechtsbijstand (RvR) voor een familierechtelijk geschil, welke op 11 februari 2015 werd verleend. Op 8 mei 2015 diende appellant een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage van €365,- die bij de rechtsbijstand hoort.
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af omdat bijzondere bijstand vooraf moet worden aangevraagd, uiterlijk op de dag van de toevoeging. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit in hoger beroep. De Raad overweegt dat kosten die voor de aanvraagdatum zijn gemaakt in principe niet worden vergoed, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen, wat hier niet het geval is.
De Raad oordeelt dat de eigen bijdrage pas ontstaat op het moment dat de toevoeging wordt ontvangen, en dat bijzondere bijstand uiterlijk op die dag moet worden aangevraagd. Omdat appellant dit niet tijdig deed, is de afwijzing terecht. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage rechtsbijstand wordt bevestigd vanwege te late aanvraag.