ECLI:NL:CRVB:2018:629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken arbeidsongeschiktheid op 17/18-jarige leeftijd
Appellant vroeg op 16 september 2014 een Wajong-uitkering aan. Het UWV wees de aanvraag af omdat uit medische rapporten bleek dat appellant op 17/18-jarige leeftijd niet arbeidsongeschikt was. Appellant voerde aan dat hij al sinds zijn jeugd ernstige psychische problemen had, maar kon dit niet met objectieve medische gegevens rond die leeftijd onderbouwen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde vast dat de beoordeling van de aanvraag moest plaatsvinden op basis van de bepalingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW). De rechtbank oordeelde dat de bewijslast bij een laattijdige aanvraag op de aanvrager rust en dat er onvoldoende bewijs was voor arbeidsongeschiktheid op de relevante leeftijd.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad wees erop dat er geen medische gegevens rond het 17e/18e levensjaar aanwezig zijn die beperkingen aantonen en dat het arbeidsverleden van appellant eveneens geen aanwijzingen geeft voor arbeidsongeschiktheid. Het verzoek om een onafhankelijk deskundige werd afgewezen. De Raad wees het beroep af en bevestigde de weigering van de Wajong-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens ontbreken van arbeidsongeschiktheid op 17/18-jarige leeftijd.