ECLI:NL:CRVB:2018:548
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm op AOW’er met AIO-aanvulling en inwonende volwassen dochter
Appellant, een AOW-gerechtigde met een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO), woont samen met zijn meerderjarige dochter. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft zijn AIO-aanvulling verlaagd vanwege de toepassing van de kostendelersnorm, omdat de dochter niet langer studeert en als kostendelende medebewoner wordt aangemerkt.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de kostendelersnorm onterecht werd toegepast, onder meer omdat hij en zijn dochter afzonderlijke huurovereenkomsten zouden hebben, er sprake zou zijn van verboden discriminatie en inbreuk op zijn privéleven en eigendomsrecht.
De Raad oordeelt dat de dochter geen zelfstandige huurovereenkomst heeft en dat de kostendelersnorm correct is toegepast, ook al zijn appellant en zijn dochter geen gehuwden. Er is geen sprake van verboden discriminatie omdat de PW en de AOW verschillende wettelijke regelingen met verschillende doelstellingen zijn. Ook is geen ongerechtvaardigde inbreuk op het privéleven of eigendomsrecht vastgesteld. Het beroep wordt verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot verlaging van de AIO-aanvulling wordt bevestigd.