ECLI:NL:CRVB:2018:446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontslag wegens valselijk declareren en overurenberekening
Appellante was werkzaam bij de Dienst [naam dienst] en werd ontslagen wegens plichtsverzuim, waaronder valselijk indienen van horecabonnen en onjuiste declaraties van overuren. Een extern onderzoek concludeerde dat zij onterecht 822,45 overuren en 27 horecabonnen declareerde, met een schade van ruim €9.000. Het bestuur stelde haar aansprakelijk voor deze schade en de onderzoekskosten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante niet-ontvankelijk tegen het bestreden besluit maar vernietigde het nader besluit over de overurenberekening. In hoger beroep stelde de Raad vast dat partijen geen volledige onderbouwing van de overurenverschillen gaven en besloot tot middeling van het aantal overuren, waardoor appellante recht heeft op meer uitbetaling.
De Raad oordeelde dat het bestuur ten onrechte de helft van de onderzoekskosten op appellante heeft verhaald, omdat het causale verband met haar gedragingen onvoldoende was. De wettelijke rente over de eindafrekening is verschuldigd vanaf de datum van de uitspraak in de ontslagzaak. Het hoger beroep van appellante wordt gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van het bestuur verworpen, en het bestuur wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestuur moet appellante netto €2.937,07 en bruto €29.499,09 betalen, vermeerderd met wettelijke rente, en kan de onderzoekskosten niet op appellante verhalen.