ECLI:NL:CRVB:2018:4117
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering individuele inkomenstoeslag wegens onvoldoende inkomensgegevens
Appellante heeft op 31 mei 2016 een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag op 30 augustus 2016 af, omdat appellante niet de gevraagde inkomensgegevens over de jaren 2011 tot en met 2013 had overgelegd. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of zij gedurende de referteperiode van vijf jaar een laag inkomen had gehad.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat de referteperiode van vijf jaar te lang is en dat het college op basis van beschikbare gegevens uit Suwinet haar recht op toeslag had kunnen vaststellen. Tevens stelde zij dat het college had moeten beoordelen of er zicht was op inkomensverbetering, mede gelet op haar medische situatie, en deed een beroep op de hardheidsclausule.
De Raad oordeelde dat de referteperiode in de verordening niet onrechtmatig is en dat het aan appellante is om aannemelijk te maken dat zij aan de voorwaarden voldoet. Omdat zij de gevraagde inkomensgegevens niet had overgelegd, kon het college niet vaststellen dat zij langdurig een laag inkomen had. Hierdoor was een beoordeling van haar individuele situatie met betrekking tot inkomensverbetering niet aan de orde. Ook stelde appellante geen concrete feiten die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de individuele inkomenstoeslag wegens onvoldoende inkomensgegevens en afwezigheid van hardheidsclausule.