ECLI:NL:CRVB:2018:4099
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om een individuele inkomenstoeslag toe te kennen op basis van een Verordening die geen differentiatie maakt naar leefvorm. Zij voerden aan dat de toeslag van €50 niet is gemotiveerd in relatie tot het armoedebeleid en dat gehuwden met kinderen hierdoor minder bestedingsruimte hebben dan alleenstaanden.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Centrale Raad van Beroep. Deze Raad overwoog dat uit de wetsgeschiedenis van de Participatiewet en de Wet werk en bijstand niet blijkt dat de wetgever een minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd, noch dat differentiatie naar leefvorm noodzakelijk is.
De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin vergelijkbare beroepsgronden zijn afgewezen en concludeerde dat de Verordening met één toeslag voor alle leefvormen de terughoudende toetsing van het algemeen verbindende voorschrift kan doorstaan. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.