ECLI:NL:CRVB:2018:4096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellante heeft op 8 april 2016 een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag, welke aanvankelijk werd afgewezen. Na bezwaar kende het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam haar alsnog een toeslag toe op basis van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat de toeslag van €50,- niet passend is in relatie tot het armoedebeleid en dat de uniforme toeslag voor alle leefvormen onevenredig is, omdat bijvoorbeeld gezinnen met kinderen minder bestedingsruimte hebben dan alleenstaanden.
De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin werd geoordeeld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd, noch differentiatie naar leefvorm. De Verordening is gemotiveerd vastgesteld en de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen kan de terughoudende toetsing doorstaan.
De Raad concludeert dat de beroepsgronden van appellante reeds in eerdere zaken zijn behandeld en verworpen en ziet geen reden om anders te oordelen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uniforme individuele inkomenstoeslag wordt bevestigd.