ECLI:NL:CRVB:2018:4066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om een individuele inkomenstoeslag toe te kennen op basis van een Verordening die één toeslagbedrag hanteert voor alle leefvormen. Zij stelden dat deze uniforme toeslag onevenredig is, omdat bijvoorbeeld gehuwden met kinderen minder bestedingsruimte hebben dan alleenstaanden.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd en geen differentiatie naar leefvorm voorschrijft.
De Raad oordeelt dat de Verordening gemotiveerd is vastgesteld en dat de keuze voor één toeslagbedrag voor alle leefvormen de terughoudende toetsing van het algemeen verbindende voorschrift kan doorstaan. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bekrachtigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.