ECLI:NL:CRVB:2018:4052
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om haar een individuele inkomenstoeslag toe te kennen van €50,-, zonder differentiatie naar haar leefvorm. Zij stelde dat deze toeslag onvoldoende rekening houdt met haar situatie, omdat gehuwden met kinderen minder bestedingsruimte hebben dan alleenstaanden.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog dat noch uit de wetsgeschiedenis van de Participatiewet, noch uit die van de langdurigheidstoeslag in de Wet werk en bijstand blijkt dat de wetgever een minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd, noch dat differentiatie naar leefvorm noodzakelijk is.
De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin deze lijn werd bevestigd en oordeelde dat de Verordening, die één toeslag voor alle leefvormen kent, de terughoudende toetsing van het algemeen verbindend voorschrift kan doorstaan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.