Uitspraak
16.2603 AWBZ
OVERWEGINGEN
31 juli 2014 tot en met 30 juli 2016 op grond van het bepaalde bij en krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) een zorgzwaartepakket GGZ 3C toegekend in de vorm van zorg in natura.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, geboren in 1994, kreeg een zorgzwaartepakket GGZ 3C toegekend in natura. Zij verzocht om omzetting naar een persoonsgebonden budget (pgb) voor zorg bij een specifieke stichting. Het Zorgkantoor weigerde dit pgb op grond van signalen en een onderzoek dat wees op onvoldoende verantwoorde en doelmatige zorg door de stichting.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de weigering ongegrond, waarbij het conceptrapport van het Zorgkantoor als voldoende bewijs werd gezien. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij positieve ervaringen had met de stichting en dat het Zorgkantoor haar had moeten waarschuwen.
De Raad oordeelde dat het Zorgkantoor op grond van de Regeling subsidies AWBZ verplicht was het pgb te weigeren vanwege het vermoeden dat veel gedeclareerde zorg niet had plaatsgevonden. De verplichtingen die appellante was aangegaan zonder zekerheid over het pgb zijn voor haar risico. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het persoonsgebonden budget bevestigd.