ECLI:NL:CRVB:2018:3567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van UWV-besluiten over arbeidsongeschiktheid en WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant was werkzaam als elektrostatisch verfspuiter en meldde zich in 2012 ziek vanwege lichamelijke klachten. Het UWV stelde in 2014 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees zijn bezwaar af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en verwierp het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke medisch deskundige, mede omdat psychische klachten pas na de datum in geding waren ontstaan.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV-onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen onvoldoende waren erkend, mede vanwege een ongeval in 2012. Hij beriep zich op het arrest Korošec van het EHRM en vroeg alsnog om een onafhankelijke deskundige. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om zijn standpunten te onderbouwen en dat er geen aanleiding was voor benoeming van een deskundige.
In een tweede zaak over een Ziektewet-uitkering stelde het UWV vast dat appellant geschikt was voor arbeid en wees het bezwaar af. Ook deze beslissing werd door de rechtbank en de Raad bevestigd. De Raad onderschreef dat het UWV geen arbeidskundig onderzoek hoefde te verrichten voor de ZW-beoordeling en dat appellant niet in bewijsnood was geraakt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde beide aangevallen uitspraken en wees de hoger beroepen af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraken van de rechtbank en wijst het hoger beroep van appellant af.