ECLI:NL:CRVB:2018:3551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugvordering WAO-uitkering niet verjaard wegens late bekendheid met zelfstandige inkomsten
Betrokkene ontving vanaf 2004 een WAO-uitkering en startte in 2006 een eigen bedrijf. Het UWV onderzocht in 2014 of de inkomsten uit zelfstandige werkzaamheden invloed hadden op de uitkering en besloot daarop onverschuldigde betalingen terug te vorderen over 2007-2012.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de verjaringstermijn op 2 juli 2007 was aangevangen, waardoor terugvordering voor het deel vóór 13 januari 2010 was verjaard. Dit was gebaseerd op een arbeidskundige rapportage en veronderstellingen over verrekening van inkomsten.
De Centrale Raad oordeelt echter dat het UWV pas in april 2014 via de Belastingdienst kennis kreeg van de werkelijke inkomsten, en dat eerdere gegevens onvoldoende waren om terugvordering te rechtvaardigen. Hierdoor begon de verjaringstermijn pas in 2014, en is de terugvordering niet verjaard.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd en het beroep tegen het UWV-besluit ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De terugvordering van de onverschuldigde WAO-uitkering is niet verjaard en het beroep tegen het UWV-besluit wordt ongegrond verklaard.