Uitspraak
OVERWEGINGEN
a. het ondersteunen bij of het oefenen met vaardigheden of handelingen,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, geïndiceerd voor een zorgzwaartepakket GGZ 4C, ontving voor 2014 een persoonsgebonden budget (pgb) van €42.361,05. Het Zorgkantoor keurde de verantwoording over de eerste helft van 2014 goed, maar wees de verantwoording over de tweede helft af wegens administratieve gebreken en onvoldoende bewijs dat de zorg AWBZ-zorg betrof. Hierdoor stelde het Zorgkantoor het pgb definitief vast op €19.324,49 en vorderde een groot bedrag terug.
Appellant stelde beroep in en leverde aanvullende stukken en beantwoorde vragen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellant aannemelijk heeft gemaakt dat de betaalde zorg door Enter AWBZ-zorg betreft, passend bij de indicatie en het begeleidingsplan. Het Zorgkantoor had het pgb daarom niet lager mogen vaststellen.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit, herroept het eerdere besluit en stelt het pgb vast op €36.617,12. Van appellant wordt een terugvordering van €5.743,93 bepaald. Tevens wordt het Zorgkantoor veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het pgb voor 2014 wordt vastgesteld op €36.617,12 en het Zorgkantoor moet een lager bedrag terugvorderen.