Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
besluit van 9 december 2015 en vernietigt dit besluit voor zover de boete is vastgesteld op
€ 2.230,-;
€ 6.163,44;
de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het besluit van 19 april 2016;
€ 170,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand en stond ingeschreven op een uitkeringsadres waar op 8 juli 2015 een hennepkwekerij met 163 planten werd aangetroffen. Het college trok de bijstand in wegens het niet wonen op het uitkeringsadres en het niet melden van de hennepkwekerij, en legde een bestuurlijke boete op. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de boete van € 2.230,-.
In hoger beroep betwist appellant het niet wonen op het uitkeringsadres en stelt dat de hennepkwekerij kort voor het huisbezoek was ontmanteld. Hij erkent kennis van de kwekerij maar ontkent er aan verdiend te hebben en beroept zich op psychische problemen als verminderende omstandigheden.
De Raad oordeelt dat het college onvoldoende heeft aangetoond dat sprake is van opzet of grove schuld. De boete wordt daarom verminderd tot 50% van het benadelingsbedrag, rekening houdend met de draagkracht van appellant, wat resulteert in een boete van € 1.195,87. Het beroep wordt gegrond verklaard en het boetebesluit vernietigd en herroepen voor zover het hogere bedrag betreft. Verder wordt het college veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Boete verminderd tot € 1.195,87 wegens onvoldoende bewijs van opzet of grove schuld.