ECLI:NL:CRVB:2018:3218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- F.M.S. Requisizione
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verjaring en afwijzing Ziektewet- en IVA-uitkeringsvorderingen
Appellante, voormalig administratief medewerker, vroeg met terugwerkende kracht een Ziektewet-uitkering en een IVA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat zij sinds 1 juli 2007 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en kende een IVA-uitkering toe vanaf 7 augustus 2014. De aanvraag voor de Ziektewet-uitkering werd niet in behandeling genomen wegens verjaring.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep op de Ziektewet-uitkering ongegrond vanwege verjaring en bevestigde dat het recht op IVA-uitkering niet kan worden vastgesteld voor perioden langer dan 52 weken voorafgaand aan de aanvraagdatum. Appellante stelde dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld en dat verjaring niet van toepassing was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen aanwijzingen waren dat appellante zich eerder had ziek gemeld en dat het UWV terecht de aanvraag voor ziekengeld had afgewezen op grond van rechtszekerheid. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank over de IVA-uitkering en wees het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente af. De aangevallen uitspraken werden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verjaring van de Ziektewet-uitkeringsvordering en wijst het beroep op de IVA-uitkering af wegens niet tijdige aanvraag.