ECLI:NL:CRVB:2010:BL3384
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit WAO wegens verjaring en niet-ontvangen stuitingsbrief
Appellant ontving sinds 1998 een WAO-uitkering, die het UWV later wilde terugvorderen wegens onverschuldigde betalingen over de periode 1999-2002. Het UWV stuurde op 17 januari 2003 een stuitingsbrief om de verjaring te onderbreken, maar appellant ontkende deze brief te hebben ontvangen. De rechtbank oordeelde dat de brief wel was verzonden en dat de verjaring daardoor was gestuit.
In hoger beroep stelde appellant dat hij de stuitingsbrief nooit heeft ontvangen en dat het terugvorderingsbesluit van 5 oktober 2005 niet naar het juiste adres was gestuurd, waardoor de verjaring niet was gestuit. De Raad stelde vast dat het UWV niet kon aantonen dat de stuitingsbrief aan appellant was toegezonden en vond de ontkenning van appellant niet ongeloofwaardig.
De Raad concludeerde dat de verjaringstermijn was aangevangen op 1 juli 2002, toen het UWV bekend werd met de feiten, en dat noch de stuitingsbrief noch het terugvorderingsbesluit de verjaring hadden gestuit. Daarom is de rechtsvordering van het UWV verjaard. De Raad vernietigde het bestreden besluit en herroept het terugvorderingsbesluit. Tevens wees de Raad het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af en veroordeelde het UWV in de proceskosten.
Uitkomst: De Raad vernietigt het terugvorderingsbesluit wegens verjaring en herroept het besluit.