ECLI:NL:CRVB:2018:3196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij studiefinanciering
Appellant kreeg vanaf september 2013 studiefinanciering toegekend als uitwonende student. De minister herzag dit besluit per 7 februari 2015 en kwalificeerde appellant als thuiswonende student, met terugvordering van teveel betaalde bedragen. Appellant maakte bezwaar, waarvan een deel gegrond werd verklaard. Bij het Bericht van 9 mei 2015 werd appellant geïnformeerd over de financiële gevolgen en de mogelijkheid tot rechtsmiddelen.
Appellant stelde op 17 juli 2015 beroep in, maar de rechtbank verklaarde dit niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. Appellant voerde in hoger beroep aan het bericht niet te hebben ontvangen en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn door verwarring over de werkwijze van de minister.
De Raad oordeelde dat de minister aannemelijk had gemaakt dat het bericht op het juiste adres was verzonden en dat appellant onvoldoende feiten had gesteld om ontvangst te betwijfelen. De Raad verwierp het verweer van appellant en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig instellen van beroep en gegrond aannemelijk gemaakte ontvangst van het besluit.