ECLI:NL:CRVB:2018:3195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit CAK over bijdrage maatwerkvoorziening Wmo 2015
Appellante ontving een maatwerkvoorziening in de vorm van begeleiding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam legde haar een bijdrage op voor deze voorziening, waarvan de hoogte door het CAK werd vastgesteld. Appellante maakte bezwaar tegen de vastgestelde bijdrage, maar dit werd door het CAK gehandhaafd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat haar financiële situatie zo nijpend was dat CAK had moeten afzien van het opleggen van een bijdrage. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de bevoegdheid van CAK beperkt is tot het vaststellen van de hoogte van de bijdrage binnen de wettelijke kaders, terwijl het college beslist of een bijdrage wordt opgelegd.
De Raad concludeerde dat de gronden van het hoger beroep thuishoren in een procedure tegen het besluit van het college en niet tegen het besluit van CAK. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.