ECLI:NL:CRVB:2018:3067
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering en vaststelling arbeidsongeschiktheid WIA
Appellant, werkzaam als verkoopmedewerker, meldde zich ziek vanwege een chronische HIV-infectie met diverse bijwerkingen van medicatie. Het UWV stelde aanvankelijk een arbeidsongeschiktheid van 53,43% vast en later op 72%, waarbij een IVA-uitkering werd geweigerd wegens het ontbreken van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
Appellant voerde aan dat zijn beperkingen, waaronder frequent toiletbezoek en zitproblemen, ernstiger waren en dat hij recht had op een IVA-uitkering. Diverse medische rapporten, waaronder van internist-infectioloog Van der Meer, werden overgelegd, maar de Raad vond onvoldoende bewijs dat de beperkingen zodanig waren dat een IVA-uitkering gerechtvaardigd was.
De rechtbanken en de Raad concludeerden dat het UWV de belastbaarheid zorgvuldig had vastgesteld, rekening houdend met de klachten en beperkingen, en dat de geselecteerde functies passend waren. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een IVA-uitkering en dat zijn arbeidsongeschiktheid correct is vastgesteld.