ECLI:NL:CRVB:2018:2818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet melden erfenis en vermogen in Egypte
Appellante ontving sinds 2012 bijstand als alleenstaande ouder. Na een anonieme melding startte de sociale recherche een onderzoek naar mogelijk vermogen in Egypte. Dit onderzoek wees uit dat zij en haar minderjarige kinderen erfgenamen zijn van onroerend goed in Egypte, dat zij mede-eigenaar is van een vastgoedbedrijf en dat zij hierover geen correcte informatie had verstrekt bij de aanvraag van bijstand.
Het college blokkeerde de bijstand in december 2013 en trok deze in maart 2014 met terugvordering van de ontvangen bijstand. Appellante voerde aan dat zij niet over het onroerend goed kon beschikken vanwege Egyptisch erfrecht en dat zij dit wel had gemeld. Deze stellingen werden niet aannemelijk gemaakt. De Raad oordeelde dat zij als mede-erfgenaam redelijkerwijs over het vermogen kon beschikken, ook al was verkoop of verhuur aan voorwaarden gebonden.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij recht op bijstand had gedurende de periode 2012-2014 indien zij wel aan haar inlichtingenplicht had voldaan. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand wegens het niet melden van aanspraak op erfenis en vermogen.