ECLI:NL:CRVB:2018:2164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking AIO-aanvulling wegens niet gemeld buitenlands onroerend goed
Appellanten ontvingen vanaf 2003 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling). In 2013 werd bij een huisbezoek vastgesteld dat zij geen onroerend goed in het buitenland hadden opgegeven. Later onderzoek in Turkije wees uit dat appellanten eigenaar waren van een perceel bouwgrond met een getaxeerde waarde van €75.000.
De Sociale Verzekeringsbank (SVB) trok de AIO-aanvulling met ingang van 1 januari 2003 in en vorderde de te veel ontvangen bedragen terug, omdat het vermogen boven de vrijlatingsgrens lag en appellanten niet aan hun inlichtingenplicht hadden voldaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat de waarde van het perceel te hoog was vastgesteld, verwijzend naar gemeentelijke gegevens die een veel lagere waarde aangaven. De Raad oordeelde dat deze gemeentelijke gegevens niet zonder vertaling inzichtelijk waren en bovendien in Turkije vaak lager worden vastgesteld dan de werkelijke marktwaarde.
De Raad concludeerde dat de SVB terecht was uitgegaan van de taxatiewaarde van €75.000 en dat appellanten geen verifieerbare gegevens hadden overgelegd die de taxatie zouden onderbouwen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de AIO-aanvulling bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de AIO-aanvulling en terugvordering worden bevestigd omdat het perceel in Turkije niet is gemeld en de taxatiewaarde terecht is vastgesteld.