ECLI:NL:CRVB:2018:2035
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit studiefinanciering wegens onrechtmatig onderzoek en onvoldoende bewijs woonsituatie
Appellant ontving studiefinanciering als uitwonende student, maar de minister herzag dit besluit op grond van een onderzoek naar zijn woonsituatie, waarbij appellant als thuiswonend werd aangemerkt en een bedrag werd teruggevorderd.
Het onderzoek was deels uitgevoerd door een zelfstandige zonder personeel, die volgens de jurisprudentie niet bevoegd is tot het houden van toezicht in het kader van de Wet studiefinanciering 2000. Hierdoor zijn de bevindingen van het onderzoek onrechtmatig verkregen en als bewijs ontoelaatbaar.
De minister baseerde zijn besluit verder op reisgegevens en energie- en waterverbruik van het brp-adres. De Raad oordeelt dat deze gegevens als enig bewijs niet voldoende zijn om aannemelijk te maken dat appellant niet op het brp-adres woonde, mede gelet op de door appellant gegeven verklaring.
Het bestreden besluit berust daardoor niet op een deugdelijke motivering en wordt vernietigd. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten en dient het besluit tot herziening te worden herroepen.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van studiefinanciering wordt vernietigd wegens onrechtmatig onderzoek en onvoldoende bewijs.