ECLI:NL:CRVB:2018:187
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening afgewezen in zaak ontslag politieambtenaar wegens onbekwaamheid
Verzoekster, sinds 1991 werkzaam bij de politie, werd door de korpschef buitengewoon verlof verleend en de toegang tot gebouwen ontzegd. Later werd haar ontslag wegens onbekwaamheid vastgesteld. Zowel de rechtbank als de Raad bevestigden deze besluiten. Verzoekster stelde dat zij vanwege ras, afkomst en geslacht was gediscrimineerd, maar kon dit niet onderbouwen.
Zij verzocht om herziening van twee eerdere uitspraken, waarbij zij als nieuw feit aanvoerde dat erkenningen van de korpschef over onderschatting van diversiteitsproblemen binnen de organisatie een andere beoordeling rechtvaardigen. De Raad oordeelde dat deze uitlatingen niet op haar specifieke situatie zien en dat het verzoek feitelijk een hernieuwde discussie over de juistheid van eerdere uitspraken betreft.
Op grond van artikel 8:119 Awb Pro kan alleen herziening worden verleend bij nieuwe feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren en tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. Dit is niet het geval. Ook een verzoek om herziening van een eerder met toepassing van dit artikel gewezen uitspraak wordt als zinloos beschouwd. De Raad wees het verzoek daarom af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De verzoeken om herziening van eerdere uitspraken worden afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.