ECLI:NL:CRVB:2018:1721
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstand en boete wegens niet gemelde stortingen op bankrekening
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd onderzocht vanwege niet gemelde stortingen en bijschrijvingen op haar bankrekening over de periode augustus 2013 tot en met januari 2015.
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam stelde vast dat appellante de inlichtingenverplichting had geschonden door deze middelen niet te melden, wat leidde tot herziening van de bijstand en terugvordering van € 5.973,37. Tevens werd een boete opgelegd, uiteindelijk vastgesteld op € 1.160,-.
Appellante voerde aan dat zij de stortingen wel had gemeld aan haar budgetconsulent en dat er dringende redenen waren om van terugvordering en boete af te zien. De Raad oordeelde dat melding bij de budgetconsulent niet gelijkstaat aan melding bij het college en dat de financiële problemen geen dringende redenen vormen.
De Raad bevestigde dat de stortingen als middelen in de zin van de Participatiewet moeten worden beschouwd, dat appellante verwijtbaar handelde en dat de opgelegde boete proportioneel is. De hoger beroepen werden ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de bijstand, terugvordering van €5.973,37 en de boete van €1.160,- wegens niet gemelde stortingen op de bankrekening.