Uitspraak
mr. M.F. de Vries.
OVERWEGINGEN
BESLISSING
J.P.A. Boersma als leden, in tegenwoordigheid van I.G. Toma als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2018.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in een herzieningsprocedure betreffende een uitspraak van de Raad van 20 februari 2014. Verzoeker stelde dat de rechter niet onpartijdig zou zijn vanwege uitspraken en gedragingen tijdens de zitting, waaronder een vermeende vooringenomenheid over de werkloosheidsperiode en onvoldoende kennis van het verzoek om vervallenverklaring.
De Raad heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk onderzocht en geoordeeld dat de rechter uit hoofde van zijn functie moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. Uit het proces-verbaal bleek dat de rechter het verzoek om vervallenverklaring serieus heeft genomen en verzoeker gelegenheid heeft gegeven zijn argumenten toe te lichten.
De enkele opmerkingen van de rechter, waaronder de vraag naar de werkloosheidsperiode, werden gezien als normale procesmatige vragen en niet als aanwijzingen voor partijdigheid. Bovendien werd een deel van het wrakingsverzoek te laat ingediend en daarom buiten beschouwing gelaten.
De Raad concludeerde dat geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond en wees het wrakingsverzoek af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.