Uitspraak
15.6438 AW
.Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Damen. De Kroon heeft zich laten vertegenwoordigen door
Centrale Raad van Beroep
Appellant, benoemd als rechterlijk ambtenaar, werd geschorst en uiteindelijk ontslagen vanwege ernstig plichtsverzuim, waaronder het niet adequaat informeren van zijn werkgever over fiscale procedures en het niet zorgvuldig bijhouden van zijn administratie.
De Raad stelde vast dat appellant bewust informatie achterhield die de integriteit van zijn functie en de organisatie schaadde. Ondanks betwisting van appellant over de zorgvuldigheid van zijn administratie, bevestigde de Raad op basis van eerdere gerechtelijke uitspraken dat sprake was van onvoldoende transparantie en onvolledige aangiften.
De Raad oordeelde dat het ontslag niet onevenredig was gezien de aard van het plichtsverzuim en de positie van appellant. Het belang van de organisatie bij beëindiging van het dienstverband woog zwaarder dan het belang van appellant bij voortzetting. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslag wegens ernstig plichtsverzuim wordt ongegrond verklaard en het ontslag wordt bevestigd.