ECLI:NL:CRVB:2018:1504
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eervol ontslag op grond van artikel 85 AR ondanks verhoging AOW-leeftijd
Appellant was werkzaam als ambtenaar en kreeg in verband met een reorganisatie de status van herplaatsingskandidaat. Partijen sloten twee vaststellingsovereenkomsten (vso 1 en vso 2) waarin afspraken zijn gemaakt over het ontslag en vrijstelling van werkzaamheden tot een bepaalde leeftijd. In vso 2 is onder meer bepaald dat appellant per 1 april 2016 vrijwillig en volledig met ontslag zou gaan, met keuze tussen ontslag op verzoek of keuze-ouderdomspensioen.
Het college verleende appellant eervol ontslag per 1 april 2016 op grond van artikel 85, eerste lid, van het Ambtenarenreglement Rotterdam (AR). Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende nadeel te ondervinden van de verhoging van de AOW-leeftijd waardoor de periode tussen ontslag en AOW-uitkering langer werd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst een bindende nadere regeling vormt van de ontslagbevoegdheid van het college en dat appellant zich niet kon beroepen op bijzondere omstandigheden zoals wilsgebreken of dwaling. De verhoging van de AOW-leeftijd en het daarmee samenhangende nadeel vormden geen reden om af te wijken van de overeengekomen ontslagdatum. Het hoger beroep werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het eervol ontslag per 1 april 2016 wordt bevestigd.