ECLI:NL:CRVB:2018:1437
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.J.A. Kooijman
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde AOW-compensatie aan gewezen ambtenaar
Appellant, een gewezen ambtenaar die buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging had genoten, ontving in maart 2016 een incidentele SBF AOW-compensatie van € 12.806,64 bruto. Later bleek dat deze berekening onjuist was en werd door de minister een terugvordering van € 5.261,61 netto ingesteld, omdat appellant recht had op een aanzienlijk lager bedrag.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze terugvordering ongegrond. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hem niet duidelijk was dat hij teveel had ontvangen en dat hij onvoldoende geïnformeerd was. Ook stelde hij dat de terugwerkende kracht van een latere regeling de terugvordering onrechtmatig maakte.
De Raad oordeelt dat appellant redelijkerwijs had moeten controleren of hij recht had op de compensatie, mede gezien de hoogte van het bedrag en de publieke bekendmaking van de regeling. Het feit dat hij geen toegang had tot interne informatie en onvoldoende uitleg ontving, doet niet af aan zijn eigen verantwoordelijkheid. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de onverschuldigde AOW-compensatie en wijst het hoger beroep af.