Uitspraak
16.6121 PW, 17/327 PW, 17/716 PW, 17/1694 PW
OVERWEGINGEN
.Tegen deze besluiten heeft appellante geen rechtsmiddelen aangewend.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en stond ingeschreven op een adres in Amsterdam. Na een anonieme melding startte de gemeente Amsterdam een onderzoek waaruit bleek dat appellante in België verbleef en werkte, terwijl zij dit niet had gemeld. Het college schortte en trok de bijstand op verschillende momenten op grond van niet-naleving van informatieverplichtingen en het niet overleggen van gevraagde documenten.
Appellante voerde onder meer aan dat sprake was van identiteitsfraude en dat zij niet in België had gewerkt of gewoond. Zij stelde ook dat de terugvordering onaanvaardbare gevolgen zou hebben vanwege haar psychosociale situatie. De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat identiteitsfraude had plaatsgevonden en dat de psychische klachten niet leidden tot dringende redenen om terugvordering te voorkomen.
Verder was het college bevoegd om de aanvraag buiten behandeling te stellen wegens het niet tijdig overleggen van essentiële stukken, en was de opschorting en intrekking van de bijstand terecht vanwege het niet nakomen van informatieverplichtingen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank Amsterdam en wees de hoger beroepen af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en wijst het hoger beroep af.