ECLI:NL:CRVB:2018:1247
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen behandelend rechter in WUBO-zaak
Verzoekster had beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank namens de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) over haar aanspraken op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO). Tijdens de procedure verzocht zij om het complete dossier van haar broer te ontvangen, maar dit verzoek werd afgewezen. Verzoekster stelde vervolgens wraking in tegen de behandelend rechter, stellende dat deze vooringenomen was en op de hand van de PUR zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep heeft het wrakingsverzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de jurisprudentie van de Hoge Raad. De Raad oordeelde dat wraking alleen kan worden toegewezen bij zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid, die in dit geval ontbraken. De procedurele beslissingen van de rechter, zoals het afwijzen van het verzoek om het dossier op te vragen en het verzoek om aanhouding, zijn niet geschikt als grond voor wraking.
Verder bleek uit het proces-verbaal van de zitting dat de behandelend rechter zijn taken zorgvuldig en onpartijdig had uitgevoerd. De indruk van verzoekster dat de rechter geïrriteerd of gejaagd was, of dat hij op de hand van de PUR was, kon niet worden bevestigd. De reactie van de rechter op opmerkingen van partijen werd juist gezien als een objectieve uitleg van zijn taak en de toepasselijke regelgeving.
De Centrale Raad van Beroep wees het wrakingsverzoek daarom af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige kamer op 26 april 2018.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor vooringenomenheid.