ECLI:NL:CRVB:2017:985
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstand met terugwerkende kracht en toeslag op woonkosten
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en verzocht tevens om een hogere toeslag op woonkosten. Het college weigerde bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen en kende een toeslag van 10% toe, gebaseerd op een huur van €200,- per maand. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij op 16 maart 2013 een aanvraag tot bijstand had gedaan of bijzondere omstandigheden bestonden die bijstand met terugwerkende kracht rechtvaardigen. Tevens was niet bewezen dat appellant een hogere huur dan €200,- betaalde, waardoor een hogere toeslag niet toekwam. De stelling van appellant dat hij vanwege persoonlijke en financiële omstandigheden recht had op een hogere toeslag werd niet onderbouwd.
Het hoger beroep faalde derhalve en de Raad wees het verzoek om schadevergoeding af. Ook werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd. De uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen van het college en de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd; geen bijstand met terugwerkende kracht en toeslag van 10% blijft van toepassing.