ECLI:NL:CRVB:2017:601
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstand Bbz over boekjaar op basis van netto-inkomen, niet fiscaal begrip
Appellante ontving een renteloze lening als bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) voor het boekjaar 2013. In dat jaar ontving zij een subsidie via een stichting voor werkzaamheden aan een festival, die zij aanvankelijk als omzet in 2013 had opgegeven, maar later betoogde dat deze pas in 2014 onvoorwaardelijk was geworden en dus aan dat jaar moest worden toegerekend.
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam besloot de bijstand terug te vorderen omdat het inkomen over 2013, inclusief de subsidie, hoger was dan de bijstandsnorm. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de subsidie in 2013 als inkomen moest worden meegeteld, ongeacht fiscale toerekening.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad benadrukte dat het netto-inkomen volgens het Bbz 2004 moet worden beoordeeld op basis van het inkomen over het boekjaar, waarbij het fiscale inkomensbegrip niet bepalend is. Hoewel de subsidie pas in 2014 onvoorwaardelijk werd, kon appellante er in 2013 al over beschikken. De keuze om het bedrag niet eerder te gebruiken voor levensonderhoud doet hieraan niet af.
De Raad concludeerde dat het college terecht tot terugvordering is overgegaan en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand over 2013 op basis van het netto-inkomen inclusief de subsidie, ongeacht fiscale toerekening.