ECLI:NL:CRVB:2014:3898
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand op grond van netto-inkomen zelfstandige in 2011
Appellant vroeg bijstand aan op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) en ontving een renteloze lening voor levensonderhoud vanaf juni 2011. Het bestuur stelde het netto-inkomen definitief vast op basis van de jaarstukken 2011 en vorderde de lening volledig terug omdat het totale netto-inkomen inclusief pensioen boven de jaarnorm uitkwam.
Appellant voerde aan dat de inkomsten vóór 17 juni 2011 niet mee mochten tellen en dat hij onvoldoende was geïnformeerd over de terugvordering. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en ook in hoger beroep oordeelde de Raad dat het bestuur terecht het volledige nettoresultaat van 2011 als basis nam.
De Raad verwees naar vaste jurisprudentie dat bij zelfstandigen het gehele kalenderjaar als uitgangspunt geldt. Het bestuur had appellant ook duidelijk gemaakt dat de bijstand voorlopig als lening werd verstrekt en definitief zou worden vastgesteld na bekendheid van het jaarinkomen. De prognose van appellant over inkomsten was onvoldoende onderbouwd om anders te oordelen.
Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De terugvordering van de volledige renteloze lening is terecht en het hoger beroep wordt afgewezen.