ECLI:NL:CRVB:2017:55
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering onrechtmatig wegens onbevoegde controleurs
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap had de studiefinanciering van appellant herzien op grond van een onderzoek naar zijn woonsituatie. Dit onderzoek werd uitgevoerd door controleurs die niet in loondienst waren bij het aangewezen privaat bedrijf, maar als zelfstandigen zonder personeel werkten. De Raad oordeelt dat het toezicht op de naleving van de Wet studiefinanciering 2000 een overheidstaak is en dat het verlenen van toezichthoudende bevoegdheden aan personen buiten de overheid terughoudend moet gebeuren.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat bevindingen van onderzoek verricht door onbevoegde controleurs als bewijs ontoelaatbaar zijn. Omdat het onderzoek in deze zaak door onbevoegde controleurs is uitgevoerd, zijn de bevindingen onrechtmatig verkregen en niet bruikbaar als bewijs. Hierdoor ontbreekt een voldoende feitelijke grondslag voor het besluit van de minister dat appellant niet op het geregistreerde adres woont.
De rechtbank had dit motiveringsgebrek niet onderkend, waardoor de aangevallen uitspraak wordt vernietigd. De Raad verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit en het eerdere besluit van 13 februari 2015. Tevens veroordeelt de Raad de minister tot betaling van wettelijke rente over onverschuldigd betaalde bedragen en tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening van studiefinanciering wordt vernietigd wegens onrechtmatig onderzoek door onbevoegde controleurs.