ECLI:NL:CRVB:2017:4490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtspositioneel besluit wegens ontbreken bevoegdheidsgrondslag en nieuwe beslissing op bezwaar opgelegd
Appellant, werkzaam als militair, werd geconfronteerd met een rechtspositionele maatregel opgelegd door de minister van Defensie wegens ongepast gedrag tegenover vrouwelijke leerlingen tijdens een eindfeest. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de minister geen bevoegdheidsgrondslag had voor de maatregel en vernietigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank.
De Raad beoordeelde de feiten en concludeerde dat appellant zich schuldig had gemaakt aan de verweten gedragingen, ondersteund door verklaringen van betrokkenen en getuigen. Het beginsel van hoor en wederhoor werd niet geschonden en het gebruik van gegevens uit een militair-tuchtrechtelijk onderzoek was toegestaan.
De Raad acht het vastleggen van de gedragingen in een ambtsbericht passend en stelt een termijn van vijf jaar vast voor het meewegen van deze gegevens bij toekomstige rechtspositionele besluiten. De minister wordt opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, waarbij ook het verzoek om kostenvergoeding moet worden behandeld. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak worden vernietigd, en de minister wordt opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.