Uitspraak
OVERWEGINGEN
.Van onrechtmatig overheidshandelen is daarom geen sprake.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college stelde twijfel over haar woon- en leefsituatie vanwege tegenstrijdige gegevens over haar relatie met J, de vader van haar kinderen. Na onderzoek en een geweigerd huisbezoek trok het college de bijstand met ingang van 11 juni 2014 in wegens schending van medewerkingsplicht.
De Raad oordeelde dat het huisbezoek redelijk was vanwege concrete aanwijzingen dat appellante en J een gezamenlijke huishouding voerden. Hoewel niet volledig voldaan was aan 'informed consent', was er geen onrechtmatig huisbezoek omdat toestemming alleen gold voor een gesprek. Het niet meewerken aan het huisbezoek rechtvaardigde intrekking van de bijstand vanaf die datum.
Voor de periode van 2 mei 2013 tot 13 mei 2014 was onvoldoende bewijs voor een gezamenlijke huishouding, waardoor de intrekking en terugvordering over die periode onterecht waren. Het college moest de terugvordering voor de periode 14 mei 2014 tot 31 mei 2014 herberekenen.
De opgelegde boete van 100% van het benadelingsbedrag werd vernietigd omdat opzet of grove schuld niet was aangetoond. Het college moet de boete opnieuw vaststellen, rekening houdend met normale verwijtbaarheid en de financiële situatie van appellante. De Raad veroordeelde het college tot vergoeding van kosten en griffierecht.
Uitkomst: Intrekking bijstand vanaf 11 juni 2014 bevestigd, intrekking en terugvordering van eerdere periode vernietigd, boete vernietigd voor hernieuwde vaststelling.