ECLI:NL:CRVB:2017:4146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dagloonberekening WW-uitkering bij meerdere dienstverbanden volgens Dagloonbesluit 2015
Appellante was gedurende de referteperiode werkzaam bij twee werkgevers en ontving loon uit beide dienstverbanden. Zij vroeg een WW-uitkering aan, waarbij het UWV het dagloon vaststelde door het totale loon over de referteperiode te delen door 261 dagen. Appellante betwistte deze berekening en stelde dat het loon van de tweede werkgever niet over het hele jaar verdeeld mocht worden.
De rechtbank wees het beroep van appellante af en stelde dat de nieuwe systematiek van het Dagloonbesluit 2015 geldt, waarin het dagloon wordt berekend op basis van het totale loon in de referteperiode gedeeld door 261 dagen. Dit is bedoeld om een redelijke en gelijke afspiegeling van het welvaartsniveau te waarborgen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellante niet als starter of herintreder kan worden aangemerkt, omdat zij gedurende de gehele referteperiode loon ontving bij haar eerste werkgever. Het beroep op eerdere uitspraken die uitzonderingen toestaan voor werknemers die niet het gehele jaar gewerkt hebben, faalde daarom.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht het loon uit beide dienstverbanden heeft meegenomen in de berekening en dit door 261 dagen heeft gedeeld. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de dagloonberekening van het UWV bevestigd.