ECLI:NL:CRVB:2009:BK4229
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dagloonberekening WW-uitkering op basis van WAO-vervolgdagloon
Betrokkene, werkzaam als clinical research associate, ontving sinds 2001 een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. In 2007 werd haar WAO-uitkering verlaagd en werd een loongerelateerde WW-uitkering toegekend, berekend op basis van het WAO-vervolgdagloon. De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene tegen deze berekening gegrond en vernietigde het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV).
Het UWV stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank ten onrechte artikel 13, zesde lid, van het Besluit dagloonregels buiten toepassing had gelaten. De Raad stelde dat het gebruik van het WAO-vervolgdagloon als grondslag voor de WW-dagloonberekening recht doet aan het vereiste dat het dagloon het welvaartsniveau bij het intreden van het verzekerde risico moet weerspiegelen.
Daarnaast bevestigde de Raad dat de lagere regelgever bevoegd is om op grond van artikel 45, tweede lid, van de WW nadere regels te stellen die het loondervingsbeginsel kunnen verlaten ten gunste van een uitkeringsgrondslag gebaseerd op het WAO-vervolgdagloon. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. De Raad wees ook op de wijziging in de dagloonsystematiek door de Wet administratieve lastenverlichting en vereenvoudiging in sociale verzekeringswetten (Walvis), waarbij het historisch dagloon is geïntroduceerd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.