ECLI:NL:CRVB:2017:4103
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand en terugvordering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving vanaf 1996 bijstand op grond van de WWB. In 2013 ontdekte het college een en/of-bankrekening op naam van appellante en haar moeder met een saldo boven de vermogensgrens. Appellante legde aanvankelijk geen bankafschriften over, waarna het college de bijstand introk en de kosten terugvorderde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep overwoog de Raad dat appellante de inlichtingenverplichting had geschonden door het niet melden van de en/of-rekening en gekoppelde spaarrekeningen. Appellante kon beschikken over het tegoed, maar over de periode vanaf 12 november 2013, toen de rekening op naam van alleen haar moeder kwam, was geen grond voor intrekking.
De Raad vernietigde het bestreden besluit voor zover het de intrekking en terugvordering vanaf 12 november 2013 betrof en herroept het besluit van 18 februari 2014 voor die periode. Het college moet een nieuwe berekening maken en opnieuw beslissen over het bezwaar. Tevens veroordeelde de Raad het college in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand en terugvordering is vernietigd voor de periode vanaf 12 november 2013 en het college moet een nieuw besluit nemen.