ECLI:NL:CRVB:2017:3979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens niet tijdig behalen onderwijsbevoegdheid onterecht verklaard
Appellante was sinds 2003 docent Nederlands zonder de vereiste tweedegraads bevoegdheid. Zij volgde een opleiding om deze bevoegdheid te behalen, maar behaalde deze niet tijdig. Het college van bestuur verleende haar ontslag op grond van gewichtige redenen volgens de CAO VO 2014-2015.
De rechtbank verklaarde het ontslag gegrond, stellende dat het college bevoegd was het dienstverband te beëindigen vanwege het niet behalen van de onderwijsbevoegdheid binnen de gestelde termijn. Appellante stelde echter dat er geen studieplan was opgesteld en dat de facilitering onvoldoende was.
De Raad oordeelde dat het enkele niet tijdig behalen van de bevoegdheid op zichzelf geen reden van gewichtige aard is en dat het college onvoldoende had gefaciliteerd, onder meer door het ontbreken van een studieplan en onduidelijkheid over studieverlof en ondersteuning.
Daarom was het college niet bevoegd tot ontslag. De Raad vernietigde het bestreden besluit, herstelde het dienstverband per 1 augustus 2015 en bepaalde dat appellante recht heeft op nabetaling van bezoldiging. Tevens werden de proceskosten aan het college opgelegd.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wegens het niet tijdig behalen van de onderwijsbevoegdheid is vernietigd en haar dienstverband hersteld.