Uitspraak
16.7964 PW, 16/7965 PW
OVERWEGINGEN
)heeft het college aan appellante een boete opgelegd van € 5.747,73 wegens schending van de inlichtingenverplichting.
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving vanaf 2011 aanvullende bijstand op grond van de Participatiewet. Naar aanleiding van een anonieme tip startte de gemeente Achtkarspelen een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstandsverlening. Hierbij werden bankafschriften van een derde, voor wie appellante het financieel beheer voerde, onderzocht. Het college besloot de bijstand over de periode 2011-2015 te herzien en in te trekken wegens het niet melden van inkomsten uit pinbetalingen, contante opnames en huishoudelijk werk.
Appellante voerde aan dat de pinbetalingen en opnames niet haar inkomsten waren, maar bestemd voor de derde, en dat de vergoeding voor huishoudelijk werk een onkostenvergoeding betrof. De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende bewijs leverde om dit aannemelijk te maken. De bedragen moesten daarom als inkomen worden aangemerkt en in mindering worden gebracht op de bijstand.
Daarnaast was de opgelegde boete wegens schending van de inlichtingenplicht te hoog afgerond. De Raad stelde vast dat het boetebedrag van € 1.155,12 passend is en vernietigde het besluit voor zover het de hoogte van de boete betreft. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op € 1.155,12 en de herziening en intrekking van de bijstand worden bevestigd.