ECLI:NL:CRVB:2017:3570
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet-wonen op uitkeringsadres en schending inlichtingenplicht
Appellante heeft bij de aanvraag van bijstand opgegeven alleenstaande te zijn en te wonen op een specifiek uitkeringsadres. Uit onderzoek bleek echter dat zij niet op dat adres verbleef, hetgeen werd bevestigd door huisbezoeken en verklaringen van medebewoners. Het college heeft daarom de bijstand ingetrokken en teruggevorderd, en een boete opgelegd wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht.
De rechtbank had de boete gehalveerd tot 50% van het benadelingsbedrag, omdat geen opzet was vastgesteld. Appellante ging hiertegen in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit tot intrekking en terugvordering onherroepelijk is, maar dat de feiten voor de boete opnieuw beoordeeld mogen worden.
De Raad concludeerde dat appellante gedurende de gehele periode niet op het uitkeringsadres woonde en dat zij de inlichtingenplicht heeft geschonden. De boete van 50% is passend en evenredig. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De boete van 50% van het benadelingsbedrag wegens niet-wonen op het uitkeringsadres en schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.