ECLI:NL:CRVB:2017:3330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging en terugvordering persoonsgebonden budget wegens onvoldoende verantwoording
Het Zorgkantoor verleende aan appellant een persoonsgebonden budget (pgb) voor 2014 van €11.979,44. Na afkeuring van de verantwoording over de eerste helft van 2014 wegens ontbrekende zorgplannen van zorgverlener 1, stelde het Zorgkantoor het pgb definitief vast op €8.800,- en vorderde het een bedrag van €3.179,44 terug.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij aan de verplichtingen had voldaan en dat de zorg van zorgverlener 1 gelijk was aan die van zorgverlener 2, waarvan wel een zorgplan was overgelegd. Ook stelde hij dat de hoorzitting op 2 oktober 2015 niet had plaatsgevonden. Het Zorgkantoor betwistte dit en wees op tegenstrijdige verklaringen.
De Raad oordeelde dat de hoorzitting wel degelijk had plaatsgevonden en dat appellant onvoldoende had aangetoond dat de zorg van zorgverlener 1 als AWBZ-zorg kon worden aangemerkt. Door het ontbreken van een zorgplan kon niet worden vastgesteld dat de bestede gelden aan AWBZ-zorg waren besteed. Het Zorgkantoor was daarom bevoegd het pgb lager vast te stellen en het teveel betaalde bedrag terug te vorderen.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging en terugvordering van het pgb wegens onvoldoende verantwoording.