ECLI:NL:CRVB:2017:3302
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- W.F. Claessens
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering aanpassing beslagvrije voet bij terugvordering WWB-bijstand wegens niet-nakoming inlichtingenplicht
Appellant ontving sinds 1986 bijstand en werd verdacht van het verzwijgen van onroerende zaken in Turkije. Het college trok de bijstand terug en vorderde kosten terug wegens het bezit van deze onroerende zaken. Appellant voerde aan dat de onroerende zaken verkocht waren en niet meer aan hem toebehoorden, maar kon dit niet met concrete verkoopaktes aantonen.
Het college stelde de beslagvrije voet op nihil vanwege de niet-nakoming van de inlichtingenplicht, waardoor het volledige AOW-pensioen van appellant werd beslagen. Appellant verzocht om aanpassing van de beslagvrije voet, wat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak, oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde van verkoop en levering van de onroerende zaken en dat het college terecht de beslagvrije voet niet toepaste. Ook het beroep op strijdigheid tussen de beslagvrije voet en artikel 60 lid 6 PW Pro werd verworpen. De Raad zag geen aanleiding om af te wijken van de wettelijke regeling en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college mag de beslagvrije voet op nihil stellen wegens schending van de inlichtingenplicht.