ECLI:NL:CRVB:2014:452
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding onroerende zaken in Turkije
Appellant ontving sinds 1986 bijstand en werd in 2010 door een melding van het UWV onderzocht wegens bezit van onroerende zaken in Turkije. Het college trok de bijstand in vanaf 1 juli 1997 en vorderde de kosten terug, omdat appellant de onroerende zaken niet had gemeld en daardoor zijn inlichtingenplicht had geschonden.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor de periode van 19 oktober 2000 tot 11 augustus 2010, maar bevestigde de intrekking en terugvordering voor de overige perioden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet beschikte over vermogen boven de vermogensgrens en dat de onroerende zaken niet van hem waren, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken met objectieve en verifieerbare gegevens.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde, onder meer omdat hij geen vertaling van Turkse documenten overlegde en tegenstrijdige verklaringen gaf. De waarde van de onroerende zaken lag ruim boven de vermogensgrens. De Raad bevestigde daarom de intrekking van de bijstand en de terugvordering van de kosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand en de terugvordering wegens niet-melding van onroerende zaken.