Uitspraak
OVERWEGINGEN
31 juli 2012 heeft hij zijn werkzaamheden wegens schouder- en nekklachten gestaakt. Daarnaast hebben zich psychische klachten ontwikkeld.
11 mei 2015 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig productiemedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan wegens schouder-, nek- en psychische klachten. Het UWV kende een voorschot toe, maar kon de belastbaarheid niet vaststellen omdat appellant onvoldoende meewerkte aan medisch onderzoek. De verzekeringsarts baseerde zich op rapporten van een psycholoog en psychiater die concludeerden dat appellant onderpresteerde en problemen uitvergrootte.
Het UWV weigerde de WIA-uitkering en vorderde het voorschot terug. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar vernietigde het besluit wegens het ontbreken van een juiste wettelijke grondslag, namelijk artikel 46a van de Wet WIA. De rechtbank bepaalde dat aanspraken buiten aanmerking blijven zolang het recht op uitkering niet kan worden vastgesteld.
In hoger beroep stelde appellant dat hij niet bewust onderpresteerde en dat een klinische opname had moeten plaatsvinden. De Raad overwoog dat artikel 46a WIA ook ziet op onderpresteren en weigering tot medewerking. De Raad vond dat appellant onvoldoende meewerkte en dat het UWV niet verplicht was tot klinische opname. Er waren geen gronden om het niet meewerken appellant niet te verwijten.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de aanspraken buiten aanmerking blijven zolang de belastbaarheid niet kan worden vastgesteld en dat de terugvordering van het voorschot terecht is. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De WIA-uitkering is terecht geweigerd vanwege onvoldoende medewerking aan medisch onderzoek waardoor belastbaarheid niet kon worden vastgesteld.