ECLI:NL:CRVB:2017:3122
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum AIO-aanvulling en terugwerkende kracht bij bijzondere omstandigheden
Appellant ontving vanaf 2007 een AOW-pensioen en aanvankelijk bijstand en later een AIO-aanvulling. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) trok de AIO-aanvulling in 2012 in vanwege langdurig verblijf in het buitenland. Diverse besluiten over pensioenherzieningen en AIO-aanvullingen volgden, waarbij de Svb appellant en zijn partner H als gehuwd aanmerkte en de AIO-aanvulling afwees wegens gezamenlijk inkomen.
De Raad vernietigde in 2015 een eerdere uitspraak en bepaalde dat appellant recht had op een ouderdomspensioen voor ongehuwden vanaf 1 maart 2013. Vervolgens verleende de Svb appellant een AIO-aanvulling met ingang van 26 mei 2014. Appellant stelde dat dit recht zou moeten gelden vanaf 26 januari 2013, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde de Svb zich op het standpunt dat de AIO-aanvulling met ingang van 1 februari 2014 moet worden verleend. De Raad oordeelde dat de Svb terecht 26 mei 2014 als datum van aanvraag hanteerde en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om terugwerkende kracht toe te kennen. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat appellant vanaf 1 februari 2014 een AIO-aanvulling krijgt toegekend.
Uitkomst: Appellant krijgt met ingang van 1 februari 2014 een AIO-aanvulling toegekend.